Overgangsklachten bij vrouwen

De meeste vrouwen krijgen hun laatste menstruatie tussen hun veertigste en zestigste jaar; de gemiddelde leeftijd is rond 51-52 jaar. De laatste menstruatie wordt ook wel menopauze genoemd. Je bent post-menopauzaal als je een jaar niet meer hebt gemenstrueerd.

Voor en na de menopauze is er een periode van enkele jaren waarin de hormonen een nieuw evenwicht zoeken. De jaren rondom de laatste menstruatie wordt ook wel de overgang genoemd.

De duur van de overgang verschilt bij elke vrouw. De gemiddelde tijd tussen het onregelmatig worden van de menstruaties, de pre-menopauze, en de menopauze kan zo’n vijf jaar duren. Overgangsklachten kunnen vijf tot tien jaar of soms zelfs langer bestaan.

 

Wat zijn veel voorkomende klachten tijdens de overgang?

Opvliegers

Zijn het meest op de voorgrond staande verschijnsel van de overgang. Ze bestaan uit plotselinge warmteaanvallen die gepaard kunnen gaan met een rood gezicht en een koortsig gevoel; dit kan samengaan met hevig transpireren. Opvliegers kunnen op elk willekeurig moment optreden, maar ook uitgelokt worden door bijvoorbeeld stress of alcohol. Sommige vrouwen hebben er slechts af en toe last van, andere hebben ze wel tien tot twintig keer per dag. Meestal duurt een opvlieger een paar seconden of minuten, maar de klachten kunnen ook een kwartier of halfuur aanwezig blijven. Vooral in gezelschap of wanneer alle aandacht op u gericht is, kan dit erg vervelend zijn.

Droge huid en slijmvliezen

De huid kan droger en minder elastisch worden; er kunnen rimpels ontstaan. Omdat er soms ook minder traanvocht en speeksel wordt aangemaakt, kunnen de ogen en de mond droger worden.

  • Vaginale klachten en seksuele veranderingen

Door de afname van oestrogenen wordt de vaginawand dunner en droger. Veel vrouwen hebben last van jeuk en een branderig gevoel in de vagina en aan de schaamlippen of bij het plassen. De vagina en de blaas worden gevoeliger voor infecties. Door deze veranderingen en door de daling van geslachtshormonen in het bloed kan de behoefte aan seks afnemen en kan gemeenschap pijnlijk zijn. Natuurlijk kunnen hierbij meer factoren een rol spelen en hoeft het niet altijd alleen aan de overgang te liggen.

  • Klachten van de urinewegen

Bij het ouder worden verslappen de bekkenbodemspieren en de steunweefsels; daardoor kan de blaas wat verzakken. Omdat de slijmvliezen van de urinewegen dunner worden, kunnen er makkelijker blaasontstekingen ontstaan. Samen kan dit tot gevolg hebben dat de plas niet meer zo lang kan worden opgehouden of dat u bij hoesten, niezen of sporten urine verliest.

 

Gevolgen op langere termijn

  • Botontkalking (osteoporose)

Oestrogeen bevordert de bot aanmaak. Na de laatste menstruatie wordt er minder oestrogeen aangemaakt en worden de botten minder stevig. Dit proces noemt men ‘ontkalken’. De kans op botbreuken neemt dus toe. Dit risico is groter bij vrouwen die te vroeg in de overgang komen, een tengere bouw hebben, weinig bewegen, roken of drinken. Ook vrouwen die lang last hebben gehad van anorexia en vrouwen bij wie osteoporose in de familie voorkomt, lopen een grotere kans op osteoporose.

  • Hart- en vaatziekten

Oestrogenen hebben een beschermende werking tegen hart- en vaatziekten. In de vruchtbare leeftijd hebben vrouwen minder kans op hart- en vaatziekten dan mannen, maar na de overgang is dit risico gelijk. De kans op hart- en vaatziekten hangt ook samen met algemene risicofactoren zoals hoge bloeddruk, roken, te hoog cholesterolgehalte, overgewicht en weinig lichaamsbeweging.

Klachten die ook vaak tijdens de overgang voorkomen, maar niet duidelijk samenhangen met de verandering in hormonen, zijn bijvoorbeeld:

  • Hartkloppingen;
  • Toename van gewicht;
  • Obstipatie;
  • Gewrichtsklachten;
  • Hoofdpijn;
  • Slapeloosheid;
  • Stemmingswisselingen

 

Als u bijvoorbeeld slecht slaapt ten gevolge van hormoonschommelingen en nachtelijk transpireren kan ook vermoeidheid een grote rol gaan spelen. Dit kan leiden tot psychische klachten zoals:

  • Neerslachtigheid;
  • Prikkelbaarheid;
  • Stemmingswisselingen;
  • Angst;
  • Concentratie- en geheugenverlies.

 

Kan met onderzoek worden vastgesteld of de overgang begonnen is?

Bloedonderzoek geeft niet aan hoelang het nog zal duren tot de menstruaties stoppen, en heeft daarom weinig zin. Daarbij zeggen de hormoonspiegels niets over de mate van klachten. Die zijn leidend voor de behandelkeuze. Alleen als de overgang voor uw 40e jaar lijkt te beginnen, hebben deze bepalingen nut.

 

Wat kunt u zelf doen?

  • Eet gezond en probeer op uw gewicht te letten. Tijdens de overgang komt u gemakkelijker aan.
  • Zorg voor voldoende kalk om de kans op osteoporose te verkleinen; dit zit in noten en zaden, groenten, melkproducten en kaas. 3 porties per dag geven de noodzakelijke hoeveelheid kalk. 1 portie is bijvoorbeeld een beker karnemelk of kwark, een bakje yoghurt of een plak kaas.
  • Ook vitamine D3 is belangrijk. Dit wordt door uw huid gemaakt onder invloed van zonlicht en zit ook in margarine, boter, vis en eieren. Voor alle vrouwen boven de 50 jaar geldt het advies 400IE vitamine D per dag bij te slikken. Zie thuisarts.nl/vitamine-d/ik-heb-misschien-extra-vitamine-d-nodig
  • Probeer regelmatig lichaamsbeweging te nemen waarbij de botten belast worden. Elke dag een halfuur- uur lopen versterkt de botten. Ook andere vormen van lichaamsbeweging zijn belangrijk tegen stijfheid van gewrichten en spierpijn.
  • Houd er rekening mee dat alcohol, koffie, thee, smaakversterkers en gekruid eten opvliegers kunnen uitlokken.
  • Accepteer dat uw lichaam anders werkt. Neem de tijd en de rust om aan alle veranderingen te wennen.
  • Probeer voldoende slaap te krijgen omdat u de veranderingen beter kunt opvangen als u uitgerust bent.
  • Praat over eventuele problemen met uw partner, familie en vrienden.
  • Bij problemen met plassen kunt u uw bekkenbodemspieren oefenen, eventueel met behulp van een bekkenbodem fysiotherapeut.
  • Stop met roken. De kans op hart- en vaatziekten neemt tijdens de overgang toe en is een contra indicatie voor het starten met hormoontherapie
  • Als u last heeft van opvliegers, kunt u meerdere laagjes kleding dragen, zodat u af en toe iets kunt uittrekken.

 

Maak een afspraak met jouw huisarts bij 1 of meer van deze klachten:

 

Het is handig als u van te voren de keuzehulp doorneemt, deze vind u hier en meer informatie over de overgang in het algemeen vindt u hier.

Bel de praktijk